Eigen vlinders
Zomaar, enkele woorden op papier,
een zin vormend op het vervormde hout.
Gedachten als vlinders in het bleke maanlicht
vervuld van zachte gratie, glinsterend als goud
Ze vliegen op dit papier gedachteloos verder
ik reik mijn hand en houd ze vast
Ze vervagen dan tot bleke skeletten
of vormen om tot een zware last
Toch reik ik steeds opnieuw
naar de vlucht van mijn eigen ik
Totdat de laatste vlinder is gevlogen
Tot aan de laatste adem, de laatste snik
En slechts het bestaan van hen bevestig ik hier
door het vormen van wat woorden
niet de vlinder gevangen, maar haar vlucht
Want hoewel ik het erg verzucht
ik zou haar met mijn geest vermoorden
door zomaar wat woorden op papier.
|